Pagina afdrukken

Hieronder bevindt zich een afdrukvoorbeeld van de door u gekozen pagina.

C.G. Compaen

Claes Gerritsz. Compaen is in 1587 in Oostzaan geboren. Hij was de zoon van Gerrit Claesz. Compean. Het gezin woonde in de Kerkbuurt naast de schout van het dorp en vlakbij de school van Oostzaan. Daar leerde Claes Gerritsz. Compaen lezen, schrijven en rekenen.

 

Op 17-jarige leeftijd is hij gaan varen en vooral op de vaart op Guinee. Als bekwame zeeman maakte hij daarbij snel carrière en na een aantal jaren kon hij dan ook als welgesteld man terugkeren in het dorp. Terug in Oostzaan trouwde Claes Gerritsz. Compaen met Trijn Gerrits. Hij verdiende in die tijd zijn brood als reder en belegde een belangrijk deel van zijn verdiende geld in schepen voor de handelsvaart.

Kapersbrief

In 1621 nam het Twaalfjarig Bestand af en nam de strijd met Spanje weer toe. Daarom gaf de Nederlandse overheid kapersbrieven uit. Ook Compaen stak geld in de kaapvaart, maar dat leverde hem weinig inkomsten op. In 1623 besloot hij zelf een schip uit te rusten en hij kocht de 'Walte'. Van de Admiraliteit van het Noorderkwartier kreeg hij een kapersbrief, zodat hij officieel van start kon gaan.

Op de vlucht

Nadat Compaen in 1623 met zijn schip was uitgevaren, overviel hij onmiddellijk een Nederlandse haringbuis en een Hamburgse koopvaarder. Daarmee overtrad hij de voorschriften van de kapersbrief en werd hij een echte 'zeerover'. In vier jaar tijd maakte hij volgens eigen zeggen 350 schepen buit. In die tijd kon Compaen niet naar huis en was hij voortdurend op de vlucht voor zijn achtervolgers uit Nederland, Spanje, Portugal en Engeland.

 

Uiteindelijk keerde hij in 1627 terug naar Oostzaan, nadat hij van stadhouder Frederik Hendrik pardon had gekregen. Compaen pakte zijn oude beroep als reder weerop. Op 25 februari 1660 is Claes Gerritsz. Compaen overleden en is hij in de kerk van Oostzaan begraven.