Klikpad

historie » watersnood 1916

Watersnood 1916

Ruim negentig jaar geleden, in januari 1916, brak de dijk en stroomde het zoute water Noord-Holland binnen. Ook Oostzaan zou de dans niet ontspringen, maar gelukkig konden de inwoners het water zien aankomen. In de nacht van 13 op 14 januari braken de dijken door bij Uitdam, Durgerdam en Katwoude. Oostzaan werd pas door het water bereikt op 16 januari.

Onverwacht

De watersnood van 1916 was een ingrijpende en spectaculaire gebeurtenis. Het was geen unieke gebeurtenis, want er waren al vele eerdere overstromingsrampen geweest. Toch werd er in 1916 niet meer op een watersnood gerekend. Het was al zo lang geleden. Verwacht werd dat het water wel voor het Luyendijkje halt zou houden. Het leek er eventjes op, maar het water ging er uiteindelijk toch over heen en de hele polder liep onder water.

 

'Het was vrijdagmorgen den 14den januari 1916. Twee, drie dagen had er een harde storm gewoed uit het noord-westen en uit het noorden, doch nu was de wind gaan liggen... Ongelovig keek men elkaar aan: dijkendoorbraak in Noord-Holland, dat was ondenkbaar, dat was in honderd jaar niet gebeurd! ... De dijken waren niet op één plaats maar wel op drie plaatsen doorgebroken, met echt groote gaten.' Dit is een passage uit een herdenkingsverslag uit 1936.

Maatregelen

Er was in de polder van Oostzaan ruimschoots tijd voor het treffen van maatregelen, maar niet iedereen deed dat. Toen 's nachts het water de polder binnenkwam, moesten nog vele honderden koeien over het Weerpad naar Zaandam worden gedreven. De meeste inwoners vertrokken 's zaterdags en 's zondags naar Amsterdam, Zaandam of elders. Enkele inwoners bleven in hun huizen. Om hulp te kunnen bieden en toezicht te kunnen uitoefenen op de achtergebleven eigendommen werden soldaten ingezet. De marine stelde sloepen beschikbaar. In het Zuideinde werd vanaf de Overtoom tot de Zuiderschool een noodbrug aangelegd.

 

Op 16 februari stond er weer een hevige noord-westerstorm die het water wegstuwde, maar ook het peil van de Zuiderzee opvoerde. Op 17 februari keerde het water terug. De dag daarna werd de hoogste stand bereikt. Dit was 1,70 meter + NAP. Het stond toen gemiddeld 1,10 meter hoog in de huizen. Op 24 maart werd met spuien begonnen en op 1 april begon het uitmalen, waardoor steeds meer landerijen droogvielen. Vervolgens hadden de inwoners veel last van muggen.

 

Op 1 mei lag het land bijna geheel boven water en op 7 mei waren de sloten op zomerpeil. Voor de inwoners kwam toen pas het meeste werk. Op dat moment werd ook duidelijk dat vele bomen verloren waren gegaan.

ga naar de bovenkant van de pagina

Snel navigatie